Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Pasensatie

80% Van de Nederlanders weet niet waar Pasen over gaat. Velen denken dat het iets met eten van doen heeft. Niet verwonderlijk overigens. De supermarkten prijzen het paasontbijt, de paaslunch, de paasbrunch en het paasdiner aan alsof het een heilig goed is. Pasen is de voorjaarsvariant van Kerst geworden. Vrolijke vreetdagen!

Medici

Ik zag vandaag een foto in de krant met daarop twee 'society-tandartsen'. Dat zijn charlatans die een halve week werken en aan bekende mensen het driedubbele bedrag rekenen, zodat ze in de andere halve week met een glas Champagne party's kunnen aflopen waar bekende mensen zijn die ze een oor aannaaien.

Complimenten

Afgelopen maandag was het Nationale Complimentendag. Het was voor het eerst dat ik 'm vierde. Eigenlijk nooit eerder gedaan. Vergeten of ik weet niet wat het was, maar gewoon nooit gevierd. Dit jaar dus wel. Van het moment dat ik opstond, tot het moment dat ik weer naar bed ging. Op de overloop 's morgens gaf ik direct de complimenten aan mijn jongste dochter voor haar leuke pyjama. Ze keek me verveeld en slaperig aan. Die is gek. Mijn hond vervolgens, die ik eigenlijk nog nooit de complimenten had gegeven, complimenteerde ik met haar glanzende vacht. Zelfde reactie als van mijn dochter eigenlijk. Zo strooide ik nog hier en daar een complimentje. Mijn vrouw en kinderen in verbazing achterlatend. 'Wat heb jij?' 'Nationale Complimentendag', knipoogde ik. Op de oprit in mijn auto, stopte ik even. Mijn raampje schoof naar beneden. Mijn vrouw stond bij de voordeur in haar ochtendjas. 'Complimenten voor je haar' schreeuwde ik door het open raam. 'Leuk dat ...

Mijn vogel

Zaterdagochtend. Begin maart. Koud buiten. Schril zonnetje. Vogels denken dat het al voorjaar is. Maken duikvluchtjes en stellen zich aan. Twee merels met de kolder in hun kop duiken langs mijn raam. Een daarvan weet in de vroegte van het vliegseizoen de stuurknuppel nog niet optimaal te bedienen en knalt, Bam!, tegen mijn raam. Dat heb je er van, van dat uitgelaten gedoe. Ik stap naar buiten. In een onprettige houding ligt het merelvrouwtje op de terrastegels. Als ik haar oppak is er geen verzet. Geen gefladder. Alleen een ingetrokken linkerpootje en twee gesloten oogjes. Het hartje klopt. Ik aai over haar lijfje en bescherm haar tegen de gemene koude wind in mijn handpalmen. Weinig respons. Het pootje is ingetrokken. Gebroken? Wellicht, maar vogeldeskundige ben ik niet. Het enige dat ik kan doen is wat aaien en een beetje praten. 'Toe maar, je kunt het wel, ga maar weer vliegen', fluister ik op het gevaar af dat de buren mij horen en mij voor gek verklaren. Maar het helpt. ...

Ouwe lul

In het bos kom ik een echtpaar tegen met een aangelijnd hondje. Een dartel zwartwit-beestje van onbekende komaf. Mijn hond loopt los. De man van het echtpaar, die het hondje vast heeft, trekt wat angstig aan zijn lijntje; het hondje zo weghoudend van mijn hond. 'Hij wil spelen', roep ik de man toe. 'Ja', reageert hij stevig doorlopend, 'maar hij is nog jong'. Als ik verder ben, speel ik deze scène nog eens af in mijn hoofd. 'Ja, maar hij is nog jong', mompel ik in mijzelf. Daar wringt iets. Als je jong bent, wil en moét je juist toch spelen? Zoveel als je kunt. Dat doen jonge mensen (lees: kinderen) en jonge hondjes (lees: pups). Je doet namelijk spelend ervaringen op. Leren wat kan, wat mag, wat moet, leuk is, gevaarlijk is, goed is, wat niet geaccepteerd wordt door de andere partij, enzovoort. 'Ja maar hij is nog jong' echoot het. Nee, dat zei die meneer niet echt. Hij zei: 'Ja maar ik ben een ouwe lul en ik vind het eng als mijn jonge hond...