Doorgaan naar hoofdcontent

Spuug zat.


Wie sport, kent het fenomeen: na enige tijd lichamelijke inspanning maakt je mond meer speeksel aan dan onder normale omstandigheden. Waarvoor dat nodig is mij een volkomen raadsel. Ik laat het maar zo. Ik zou het natuurlijk best kunnen opzoeken op internet, maar waarom zou ik? Mijn speekselproductie wordt er echt niet minder van als ik de oorzaak weet. Mijn remedie is (net zoals die van bijna alle sporters) tijdens mijn hardlopen zo nu en dan spugen. Zeg maar kwatten. Of netter gezegd: het afvoeren van overtollig mondwater door middel van het samentrekken van de mondspieren, waarbij gelijktijdig geblazen wordt met getuite lippen met het doel het speeksel snel en effectief uit de mond te verwijderen anders dan het in te slikken. Maar dat is zo'n lange zin.
Gisteren kwatte ik ook tijdens het rennen. Flats! Op het bospad en z'n metertje of twee voor mij uit. Een mij tegemoetkomende fietser keek op, schoot piepend in zijn remmen en stopte pal voor mij. 'Hé, wat doe je?' schreeuwde hij mij toe. Verbouwereerd wees ik op mijzelf. 'Ik?...Hoe bedoelt u?' 'Ik zag je spugen op de grond', tutoyeerde hij mij, terwijl hij met zijn wijsvinger op mijn spuugje wees. 'Ja en?' vroeg ik, 'is dat verboden of zo, spugen op dit bospad?'
'Je spuugt toch ook niet thuis op het tapijt?', smeet hij mij toe. En zonder mijn antwoord af te wachten, ging hij verder: 'Dan doe je het ook niet op God's tapijt! Begrepen?'
Ik knikte en dacht direct: als de sodemieter wegwezen! Straks lig ik hier te matten met een godsdienstwaanzinnige die het verschil niet weet tussen een tapijt en een bospad.
'En waar gaat dat heen?' riep hij mij na. 'Ik ga thuis even een tissue halen om het op te ruimen', repliceerde ik, in de hoop dat dit antwoord hem zou doen besluiten mij niet achterna te komen. Maar dat was valse hoop. 'Godverdomme, hier komen jij', schreeuwde hij terwijl hij op zijn fiets sprong en mijn kant op kwam. Ik liep een aardig snelle tijd voor mijn doen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Een hapje en een drankje...

Het is een heerlijke zin: wij nodigen u graag uit voor een hapje en een drankje. Hoe dikwijls heb ik die zin gelezen in uitnodigingen van zakelijke relaties? Hoe vaak schreven vrienden hem met zwierig handschrift in hun uitnodiging als er weer iets te vieren viel? Voor een hapje en een drankje wordt gezorgd. Kan het Hollandser? Kan het afgepaster? Uitgekleder? Minimaler? Een feestje, een receptie, een bijeenkomst met altijd weer dat hapje en dat drankje. Zo netjes. Zo keurig. Zo benepen. Je ziet jezelf al bij binnenkomst twee bonnetjes in de hand gedrukt krijgen. Eén voor een hapje. Eén voor een drankje. Maak er een dolle boel van! Als ik de zin nu weer zo lees in een uitnodiging van een chique automerk, houden mijn ogen even halt en mijmer ik. Zouden de Grieken, die het, laten we eerlijk zijn, momenteel niet makkelijk hebben, dat ook schrijven in hun uitnodigingen naar elkaar. "Kom je naar mijn Souvlaki-Party? Voor een hapje en een drankje wordt gezorgd." Ik denk het ni...

Het leven is een feestje!

Het is waar: het leven is een feestje.  Het enige jammere aan dat feestje is, dat wij mensen altijd weer in staat zijn ons eigen feestje   te verstieren. Hoe wij het flikken? Het is mij een raadsel. Maar keer op keer lukt het ons het feestje dat Leven heet, minder leuk te maken dan het zou moeten zijn. En dat is altijd ten nadele van het leven. En van onszelf.  Waarom doen wij dit onszelf aan? Waarom maken wij het voor onszelf zo moeilijk? Terwijl een leuk leven dat aangenaam en gezellig is, binnen handbereik ligt.  Alle randvoorwaarden zijn er immers. De feesttent. De gasten. De slingers. Of in een andere context: er is een zaterdagmiddag. Een groen grasveld met witte lijnen. Er zijn 22 jonge jongens. Een bal, spelregels en wat vaders die die middag nog wel 90 minuten over hebben. Alles voorhanden zou je zeggen, om er een prachtige feestmiddag in de buitenlucht van te maken. En toch is het niet gelukt. Sla mij maar dood.

Blauw

Het is de bekende openingszin van een verkoper of verkoopster in een kledingzaak: 'Kan ik u helpen of kijkt u even rond'. Mijn antwoord is negen van de tien keer 'nee dank u, ik kijk even rond'. Voor dat rondkijken in de gemiddelde kledingzaak krijg je vervolgens hooguit twee minuten. Want dan staat diezelfde verkoper in je nek te hijgen en meent hij je aan te moeten moedigen met de woorden: 'Ja, dat is een leuke polo hè; nieuwe collectie'. Op zo'n moment zeg ik hem gewoon recht in zijn gezicht: 'Zeg, jij was het toch die mij bij mij binnenkomst vroeg of je mij kon helpen? En wat antwoordde ik toen? Heb ik gezegd dat ik je hulp nodig had? Zie ik er uit als iemand die hulp nodig heeft bij het uitzoeken van een polo? Denk jij dat ik mij op mode-gebied moet laten adviseren door een of ander a-modieus opdondertje die op zaterdag wat geld wil bijverdienen en zelf witte tennissokken onder een zwarte broek draagt? Nou? Opzouten dus mannetje. Achter je toonbank....