Doorgaan naar hoofdcontent

Diep zinken (deel 2)


Denk je dat je alles gehad hebt tijdens zo'n jaar, blijkt het dat het altijd nog gekker kan. Hoorde ik gisterochtend op TV de burgemeester van Amsterdam nog vertellen dat het aantal overvallen drastisch gedaald is in 2012, 's middags meldt het landelijke suffertje De Telegraaf dat er in Utrecht een kinderboerderij is overvallen. Een kinderboerderij! 
Stel je bent een boef. En je zit zonder geld. Dus denk je: ik moet een overval plegen om aan geld te komen. Vervolgens denk je: waar zal ik dat doen? En dan heb je - sodeju - een déjà vu. 
Je denkt aan je gelukkige jeugdjaren toen je, aan de hand van je vader en je moeder, door de plaatselijke kinderboerderij liep. Dat je de grote, grijze hangoor aaide. Dat je samen met je vader het geluid van de kippetjes na-tokkelde. En dat je vader je hoog optilde bij het geitenhok, zodat jij die ene grote geit met die sik beter kon zien. 
Dat is het, denk je! De kinderboerderij! Die ga ik overvallen! Jeugdsentiment maakt zich van je meester. Dit wordt veel leuker dan een juwelier overvallen met al die saaie dure juwelen. Veel spannender dan bij een tankstation de medewerkers de stuipen op het lijf jagen. Ik maak er op de kinderboerderij één grote beestenboel van.
En voor je het weet eis je als dertigjarige gestoorde die de weg is kwijtgeraakt gedurende zijn jonge leven, gewapend het geld uit de kassa van de kinderboerderij op. 'Snel! Geld!', roep je. 'En anders schiet ik die cavia aan flarden', schreeuw je als extra dreigement. En dan richt je je loop op Knorretje, het 16-jarige hangbuikzwijntje. Je laat je pistool door. En je kijkt op je stoerst. Maar je durft niet te schieten. Want je bent een enorme klootzak. En eigenlijk ben je gek op dieren.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Een hapje en een drankje...

Het is een heerlijke zin: wij nodigen u graag uit voor een hapje en een drankje. Hoe dikwijls heb ik die zin gelezen in uitnodigingen van zakelijke relaties? Hoe vaak schreven vrienden hem met zwierig handschrift in hun uitnodiging als er weer iets te vieren viel? Voor een hapje en een drankje wordt gezorgd. Kan het Hollandser? Kan het afgepaster? Uitgekleder? Minimaler? Een feestje, een receptie, een bijeenkomst met altijd weer dat hapje en dat drankje. Zo netjes. Zo keurig. Zo benepen. Je ziet jezelf al bij binnenkomst twee bonnetjes in de hand gedrukt krijgen. Eén voor een hapje. Eén voor een drankje. Maak er een dolle boel van! Als ik de zin nu weer zo lees in een uitnodiging van een chique automerk, houden mijn ogen even halt en mijmer ik. Zouden de Grieken, die het, laten we eerlijk zijn, momenteel niet makkelijk hebben, dat ook schrijven in hun uitnodigingen naar elkaar. "Kom je naar mijn Souvlaki-Party? Voor een hapje en een drankje wordt gezorgd." Ik denk het ni...

Het leven is een feestje!

Het is waar: het leven is een feestje.  Het enige jammere aan dat feestje is, dat wij mensen altijd weer in staat zijn ons eigen feestje   te verstieren. Hoe wij het flikken? Het is mij een raadsel. Maar keer op keer lukt het ons het feestje dat Leven heet, minder leuk te maken dan het zou moeten zijn. En dat is altijd ten nadele van het leven. En van onszelf.  Waarom doen wij dit onszelf aan? Waarom maken wij het voor onszelf zo moeilijk? Terwijl een leuk leven dat aangenaam en gezellig is, binnen handbereik ligt.  Alle randvoorwaarden zijn er immers. De feesttent. De gasten. De slingers. Of in een andere context: er is een zaterdagmiddag. Een groen grasveld met witte lijnen. Er zijn 22 jonge jongens. Een bal, spelregels en wat vaders die die middag nog wel 90 minuten over hebben. Alles voorhanden zou je zeggen, om er een prachtige feestmiddag in de buitenlucht van te maken. En toch is het niet gelukt. Sla mij maar dood.

Blauw

Het is de bekende openingszin van een verkoper of verkoopster in een kledingzaak: 'Kan ik u helpen of kijkt u even rond'. Mijn antwoord is negen van de tien keer 'nee dank u, ik kijk even rond'. Voor dat rondkijken in de gemiddelde kledingzaak krijg je vervolgens hooguit twee minuten. Want dan staat diezelfde verkoper in je nek te hijgen en meent hij je aan te moeten moedigen met de woorden: 'Ja, dat is een leuke polo hè; nieuwe collectie'. Op zo'n moment zeg ik hem gewoon recht in zijn gezicht: 'Zeg, jij was het toch die mij bij mij binnenkomst vroeg of je mij kon helpen? En wat antwoordde ik toen? Heb ik gezegd dat ik je hulp nodig had? Zie ik er uit als iemand die hulp nodig heeft bij het uitzoeken van een polo? Denk jij dat ik mij op mode-gebied moet laten adviseren door een of ander a-modieus opdondertje die op zaterdag wat geld wil bijverdienen en zelf witte tennissokken onder een zwarte broek draagt? Nou? Opzouten dus mannetje. Achter je toonbank....