Doorgaan naar hoofdcontent

Lifecycle.

Een goed idee heeft een lifecycle. Zo is dat ook met een goed reclame-idee. Het kent, net zoals de cycli van het menselijk, dierlijk of plantaardig leven, een begin en een eind. Met alle stadia die daar tussenin zitten.
Een goed idee kent een bevruchtingsmoment. Het is het momentum dat er extase ontstaat, een staat van ejucalatief genot waarin een idee aan het brein van de ideeënmaker ontspruit. Het idee komt vanuit het niets en verplaatst zich naar een daartoe bestemd gedeelte van de hersenen waar het zich nestelt, kan indalen, kan rijpen. Hier zal het prille idee tot volle wasdom komen. Het zal groter groeien doordat de ideeënmaker telkens nieuwe ideetjes aan zijn oorspronkelijke idee toevoegt, het bijschaaft en verandert. Net zo lang totdat zijn idee volgroeit is en goed genoeg is om geboren te worden. Het licht mag zien. Het kan nu in handen gelegd worden van anderen die ervoor moeten zorgen. Na de geboorte van het idee, moet het idee leven. Het moet van zich laten horen, krijsen. Het zal gezoogd moeten worden. Aandacht moeten hebben. Zodat het gezond kan opgroeien tot een nog groter idee. Het idee krijgt zo een mooi en lang leven. Maar hoe goed en gezond het idee ook is, er komen altijd nieuwe ideeën die weer beter en gezonder zijn. Tijd voor ons idee om na gedane arbeid afscheid te nemen en te sterven. Meestal gaat dat geruisloos. Je hoort iemand zeggen 'ja dat was toen een goed idee zeg'. De verleden tijd van het woordje 'was' zegt genoeg. Het idee was en is niet meer. De herinnering blijft.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Een hapje en een drankje...

Het is een heerlijke zin: wij nodigen u graag uit voor een hapje en een drankje. Hoe dikwijls heb ik die zin gelezen in uitnodigingen van zakelijke relaties? Hoe vaak schreven vrienden hem met zwierig handschrift in hun uitnodiging als er weer iets te vieren viel? Voor een hapje en een drankje wordt gezorgd. Kan het Hollandser? Kan het afgepaster? Uitgekleder? Minimaler? Een feestje, een receptie, een bijeenkomst met altijd weer dat hapje en dat drankje. Zo netjes. Zo keurig. Zo benepen. Je ziet jezelf al bij binnenkomst twee bonnetjes in de hand gedrukt krijgen. Eén voor een hapje. Eén voor een drankje. Maak er een dolle boel van! Als ik de zin nu weer zo lees in een uitnodiging van een chique automerk, houden mijn ogen even halt en mijmer ik. Zouden de Grieken, die het, laten we eerlijk zijn, momenteel niet makkelijk hebben, dat ook schrijven in hun uitnodigingen naar elkaar. "Kom je naar mijn Souvlaki-Party? Voor een hapje en een drankje wordt gezorgd." Ik denk het ni...

Het leven is een feestje!

Het is waar: het leven is een feestje.  Het enige jammere aan dat feestje is, dat wij mensen altijd weer in staat zijn ons eigen feestje   te verstieren. Hoe wij het flikken? Het is mij een raadsel. Maar keer op keer lukt het ons het feestje dat Leven heet, minder leuk te maken dan het zou moeten zijn. En dat is altijd ten nadele van het leven. En van onszelf.  Waarom doen wij dit onszelf aan? Waarom maken wij het voor onszelf zo moeilijk? Terwijl een leuk leven dat aangenaam en gezellig is, binnen handbereik ligt.  Alle randvoorwaarden zijn er immers. De feesttent. De gasten. De slingers. Of in een andere context: er is een zaterdagmiddag. Een groen grasveld met witte lijnen. Er zijn 22 jonge jongens. Een bal, spelregels en wat vaders die die middag nog wel 90 minuten over hebben. Alles voorhanden zou je zeggen, om er een prachtige feestmiddag in de buitenlucht van te maken. En toch is het niet gelukt. Sla mij maar dood.

Blauw

Het is de bekende openingszin van een verkoper of verkoopster in een kledingzaak: 'Kan ik u helpen of kijkt u even rond'. Mijn antwoord is negen van de tien keer 'nee dank u, ik kijk even rond'. Voor dat rondkijken in de gemiddelde kledingzaak krijg je vervolgens hooguit twee minuten. Want dan staat diezelfde verkoper in je nek te hijgen en meent hij je aan te moeten moedigen met de woorden: 'Ja, dat is een leuke polo hè; nieuwe collectie'. Op zo'n moment zeg ik hem gewoon recht in zijn gezicht: 'Zeg, jij was het toch die mij bij mij binnenkomst vroeg of je mij kon helpen? En wat antwoordde ik toen? Heb ik gezegd dat ik je hulp nodig had? Zie ik er uit als iemand die hulp nodig heeft bij het uitzoeken van een polo? Denk jij dat ik mij op mode-gebied moet laten adviseren door een of ander a-modieus opdondertje die op zaterdag wat geld wil bijverdienen en zelf witte tennissokken onder een zwarte broek draagt? Nou? Opzouten dus mannetje. Achter je toonbank....