Doorgaan naar hoofdcontent

Versjaggeraars.

Zojuist telefoontje gedaan met mijn ziektenkostenverzekeraar. Gesproken met de pakketcoach. Alleraardigst meiske van 23 dat mij informeerde dat ik korting op mijn pakket kon krijgen als ik Veronica-lid werd. Of ik ook in aanmerking kwam voor die korting als ik mij niet aansloot bij die club infantiele schreeuwers?, vroeg ik. Maar dat ging niet, zei ze. Of ik moest aangesloten zijn bij de vakbond, dan kreeg ik die korting weer wel.
Nu denkt u dat ik dit verzonnen heb. Maar dat heb ik niet. Van het bovenstaande is geen woord gelogen.
Wat wel gelogen is, is de nieuwe TV-commercial van ziektenkostenverzekeraar VGZ. Daarin worden doktoren opgevoerd. Met naam en toenaam. Maar dat zijn helemaal geen bestaande artsen. Het zijn figuranten. Hoe ik dat weet? Ik ken sommigen van figuratiewerk dat ze voor mij deden. Geen slecht woord over die figuranten. Maar wel over VGZ. Oplichters zijn het. Niet-echte vakmensen opvoeren in reclame wordt wel vaker gedaan. Maar er zijn grenzen. Als je als zorgverzekeraar dr. F. de Clerq laat zien en je zet zijn naam erbij, moet dat niet Frits Manders zijn, figurant. En je moet helemaal niet de voice-over laten zeggen dat 'het een uitstekende arts is met heel veel ervaring en dat hij bij je in de buurt zit.' Dat is liegen of in elk geval niet de waarheid spreken.
Wat anders is het als Eneco twee mannetjes in een busje op pad stuurt als energie-coach. Iedereen weet dat die mannetjes geen echte energie-coaches zijn en nooit bij je aan de deur zullen komen. Bij dr. de Clerq, aanbevolen door VGZ, verwacht je toch hem tegen het lijf te kunnen lopen in de wandelgang van de poli waar je met je verstuikte enkel voor consult komt. Maar dat zal nooit gebeuren. Dr. de Clerq van VGZ bestaat niet. En de andere beloften die VGZ doet zullen ook wel vuige leugens zijn, denk ik dan als simpele consument. Ik zoek de komende dagen dus nog even verder naar een eerlijke verzekeraar.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Een hapje en een drankje...

Het is een heerlijke zin: wij nodigen u graag uit voor een hapje en een drankje. Hoe dikwijls heb ik die zin gelezen in uitnodigingen van zakelijke relaties? Hoe vaak schreven vrienden hem met zwierig handschrift in hun uitnodiging als er weer iets te vieren viel? Voor een hapje en een drankje wordt gezorgd. Kan het Hollandser? Kan het afgepaster? Uitgekleder? Minimaler? Een feestje, een receptie, een bijeenkomst met altijd weer dat hapje en dat drankje. Zo netjes. Zo keurig. Zo benepen. Je ziet jezelf al bij binnenkomst twee bonnetjes in de hand gedrukt krijgen. Eén voor een hapje. Eén voor een drankje. Maak er een dolle boel van! Als ik de zin nu weer zo lees in een uitnodiging van een chique automerk, houden mijn ogen even halt en mijmer ik. Zouden de Grieken, die het, laten we eerlijk zijn, momenteel niet makkelijk hebben, dat ook schrijven in hun uitnodigingen naar elkaar. "Kom je naar mijn Souvlaki-Party? Voor een hapje en een drankje wordt gezorgd." Ik denk het ni...

Het leven is een feestje!

Het is waar: het leven is een feestje.  Het enige jammere aan dat feestje is, dat wij mensen altijd weer in staat zijn ons eigen feestje   te verstieren. Hoe wij het flikken? Het is mij een raadsel. Maar keer op keer lukt het ons het feestje dat Leven heet, minder leuk te maken dan het zou moeten zijn. En dat is altijd ten nadele van het leven. En van onszelf.  Waarom doen wij dit onszelf aan? Waarom maken wij het voor onszelf zo moeilijk? Terwijl een leuk leven dat aangenaam en gezellig is, binnen handbereik ligt.  Alle randvoorwaarden zijn er immers. De feesttent. De gasten. De slingers. Of in een andere context: er is een zaterdagmiddag. Een groen grasveld met witte lijnen. Er zijn 22 jonge jongens. Een bal, spelregels en wat vaders die die middag nog wel 90 minuten over hebben. Alles voorhanden zou je zeggen, om er een prachtige feestmiddag in de buitenlucht van te maken. En toch is het niet gelukt. Sla mij maar dood.

Blauw

Het is de bekende openingszin van een verkoper of verkoopster in een kledingzaak: 'Kan ik u helpen of kijkt u even rond'. Mijn antwoord is negen van de tien keer 'nee dank u, ik kijk even rond'. Voor dat rondkijken in de gemiddelde kledingzaak krijg je vervolgens hooguit twee minuten. Want dan staat diezelfde verkoper in je nek te hijgen en meent hij je aan te moeten moedigen met de woorden: 'Ja, dat is een leuke polo hè; nieuwe collectie'. Op zo'n moment zeg ik hem gewoon recht in zijn gezicht: 'Zeg, jij was het toch die mij bij mij binnenkomst vroeg of je mij kon helpen? En wat antwoordde ik toen? Heb ik gezegd dat ik je hulp nodig had? Zie ik er uit als iemand die hulp nodig heeft bij het uitzoeken van een polo? Denk jij dat ik mij op mode-gebied moet laten adviseren door een of ander a-modieus opdondertje die op zaterdag wat geld wil bijverdienen en zelf witte tennissokken onder een zwarte broek draagt? Nou? Opzouten dus mannetje. Achter je toonbank....