Doorgaan naar hoofdcontent

Marketing Les 1

Als ik vroeger met mijn vader op zaterdag naar de visboer ging, mocht ik steevast een Zure Bom uitzoeken. Jawel, ik schrijf 'visboer', want zo heette die man toen. Als je nu iemand 'boer' noemt, is dat een belediging. Toen niet. Tegenwoordig heet de visboer: vistraiteur, visspecialist of visboetiek heb ik zelfs eens ergens gelezen. Goed, die Zure Bom, daar gaat het over. Als mijn vader aan mij vroeg: 'wil jij ook iets hebben?', wees ik de grote glazen pot met Zure Bommen aan. De visboer in kwestie pakte een tang, haalde het deksel van de pot en greep de eerste de beste Zure Bom. En dat deed hij zo week na week op deze manier.
FOUT!
Wat was hier fout aan? Wel, om mij de indruk te geven dat ik het aardigste jongetje was dat hij kende en ik voor hem (samen met mijn vader) een zeer speciale klant was, had hij moeten zeggen: 'Nou, dan ga ik eens kijken of ik de grootste Zure Bom uit deze pot kan halen.'
Maar nee, hij pakte maar wat. Maar net welk Zuur klein Bommetje er bovendreef, hij sloeg 'm aan de haak. Ik kreeg weleens de indruk dat hij het zelfs leuk vond mij te pesten met de kleinste Zure Bom uit de pot. Terwijl die dingen allemaal, groot of kleiner, toentertijd 50 cent waren.
Wat leerde ik hieruit? Dat je klanten altijd het beste, grootste, lekkerste en mooiste stuk op dat moment voorradig moet geven als de prijs per eenheid gelijk is. Elke klant wil namelijk zoveel mogelijk waar voor zijn geld. En door elke klant telkens 'de grootste Zure Bom' - of de meest volle zak patat, de fleurigste bos bloemen, de meest vers-ogende vis, de felste rode paprika, de meest verse krop sla, het knapperigste brood of de grootste krentenbol - te geven, zeg je tegen elke klant zonder woorden: klant, ik hou van jou!

Reacties

Populaire posts van deze blog

Een hapje en een drankje...

Het is een heerlijke zin: wij nodigen u graag uit voor een hapje en een drankje. Hoe dikwijls heb ik die zin gelezen in uitnodigingen van zakelijke relaties? Hoe vaak schreven vrienden hem met zwierig handschrift in hun uitnodiging als er weer iets te vieren viel? Voor een hapje en een drankje wordt gezorgd. Kan het Hollandser? Kan het afgepaster? Uitgekleder? Minimaler? Een feestje, een receptie, een bijeenkomst met altijd weer dat hapje en dat drankje. Zo netjes. Zo keurig. Zo benepen. Je ziet jezelf al bij binnenkomst twee bonnetjes in de hand gedrukt krijgen. Eén voor een hapje. Eén voor een drankje. Maak er een dolle boel van! Als ik de zin nu weer zo lees in een uitnodiging van een chique automerk, houden mijn ogen even halt en mijmer ik. Zouden de Grieken, die het, laten we eerlijk zijn, momenteel niet makkelijk hebben, dat ook schrijven in hun uitnodigingen naar elkaar. "Kom je naar mijn Souvlaki-Party? Voor een hapje en een drankje wordt gezorgd." Ik denk het ni...

Het leven is een feestje!

Het is waar: het leven is een feestje.  Het enige jammere aan dat feestje is, dat wij mensen altijd weer in staat zijn ons eigen feestje   te verstieren. Hoe wij het flikken? Het is mij een raadsel. Maar keer op keer lukt het ons het feestje dat Leven heet, minder leuk te maken dan het zou moeten zijn. En dat is altijd ten nadele van het leven. En van onszelf.  Waarom doen wij dit onszelf aan? Waarom maken wij het voor onszelf zo moeilijk? Terwijl een leuk leven dat aangenaam en gezellig is, binnen handbereik ligt.  Alle randvoorwaarden zijn er immers. De feesttent. De gasten. De slingers. Of in een andere context: er is een zaterdagmiddag. Een groen grasveld met witte lijnen. Er zijn 22 jonge jongens. Een bal, spelregels en wat vaders die die middag nog wel 90 minuten over hebben. Alles voorhanden zou je zeggen, om er een prachtige feestmiddag in de buitenlucht van te maken. En toch is het niet gelukt. Sla mij maar dood.

Blauw

Het is de bekende openingszin van een verkoper of verkoopster in een kledingzaak: 'Kan ik u helpen of kijkt u even rond'. Mijn antwoord is negen van de tien keer 'nee dank u, ik kijk even rond'. Voor dat rondkijken in de gemiddelde kledingzaak krijg je vervolgens hooguit twee minuten. Want dan staat diezelfde verkoper in je nek te hijgen en meent hij je aan te moeten moedigen met de woorden: 'Ja, dat is een leuke polo hè; nieuwe collectie'. Op zo'n moment zeg ik hem gewoon recht in zijn gezicht: 'Zeg, jij was het toch die mij bij mij binnenkomst vroeg of je mij kon helpen? En wat antwoordde ik toen? Heb ik gezegd dat ik je hulp nodig had? Zie ik er uit als iemand die hulp nodig heeft bij het uitzoeken van een polo? Denk jij dat ik mij op mode-gebied moet laten adviseren door een of ander a-modieus opdondertje die op zaterdag wat geld wil bijverdienen en zelf witte tennissokken onder een zwarte broek draagt? Nou? Opzouten dus mannetje. Achter je toonbank....