Doorgaan naar hoofdcontent

Ouwe kaas.

Tevreden kijk ik terug op mijn verjaardag van gisteren. Onverwachtse aanloop en dito cadeaus vielen mij ten deel. Er was gezelligheid en we hebben heerlijk gegeten. En gelukkig was er ook weer geen overmatige drukte, want dan vraag je je 's avonds af: 'zat ik nou in de bediening of was ik jarig?'
Om half twaalf ging ik, een jaartje ouder dat wel, maar met een goed gevoel slapen. Wegdromend dacht ik aan hem die het al van boven beziet. Hij die ver van ons weg is, maar toch zo dichtbij. Onze toeverlaat in deze moeilijke tijden. De man met de zalvende glimlach, het open gezicht. Hij die het voorbeeld is voor velen. Ik bedoel André.
Astronaut André Kuipers die met zijn bolle kop ons afgelopen week toesprak vanuit het ruimtestation ISS en ons vertelde hoe lekker Hollandse oude kaas smaakt. Alsof wij dat hier beneden niet weten. Moet je daarvoor een miljoenen verslindende missie opzetten? Om achter de smaak van Old Amsterdam te komen? Bij mijn mannetje op de hoek, staat elke zaterdag een houten plankje met een keur aan kaasjes ter presentatie op de toonbank. Proeven maar! Voor nop! Daar had-ie met zijn Russische en Amerikaanse vriendjes op de fiets naartoe gekund!
Trouwens nu ik het toch over zijn astronautenvrinden heb, die éne is niet helemaal fris. Ik bedoel die - voor de kijker - linker astronaut. Die met die bril. Die had al voor de lancering duidelijk in zijn maanpak gekakt. Dat was overduidelijk. Ik zag het aan zijn loopje. Beetje 'n gebogen buikkrampwaggeltje. Waar André en de middelste astronaut nog monter en rechtop richting de lanceertoren lopen, zie je dat de brilsmurf duidelijk de boel heeft laten lopen. Niet verwonderlijk natuurlijk. Zo'n tochtje is voorwaar best spannend. Geen wonder dat je af en toe een nat windje laat. En erger. Een krampje heb je zo. Ook niks om je druk over te maken. Tenslotte zijn die pakken erop gebouwd. Even de afzuiger op het onderste mondstuk aansluiten en schoon ben je. Ben trouwens wel benieuwd of die Old Amsterdam in dat lunchtrommeltje zit dat ze bij zich dragen...

Reacties

Populaire posts van deze blog

Een hapje en een drankje...

Het is een heerlijke zin: wij nodigen u graag uit voor een hapje en een drankje. Hoe dikwijls heb ik die zin gelezen in uitnodigingen van zakelijke relaties? Hoe vaak schreven vrienden hem met zwierig handschrift in hun uitnodiging als er weer iets te vieren viel? Voor een hapje en een drankje wordt gezorgd. Kan het Hollandser? Kan het afgepaster? Uitgekleder? Minimaler? Een feestje, een receptie, een bijeenkomst met altijd weer dat hapje en dat drankje. Zo netjes. Zo keurig. Zo benepen. Je ziet jezelf al bij binnenkomst twee bonnetjes in de hand gedrukt krijgen. Eén voor een hapje. Eén voor een drankje. Maak er een dolle boel van! Als ik de zin nu weer zo lees in een uitnodiging van een chique automerk, houden mijn ogen even halt en mijmer ik. Zouden de Grieken, die het, laten we eerlijk zijn, momenteel niet makkelijk hebben, dat ook schrijven in hun uitnodigingen naar elkaar. "Kom je naar mijn Souvlaki-Party? Voor een hapje en een drankje wordt gezorgd." Ik denk het ni...

Het leven is een feestje!

Het is waar: het leven is een feestje.  Het enige jammere aan dat feestje is, dat wij mensen altijd weer in staat zijn ons eigen feestje   te verstieren. Hoe wij het flikken? Het is mij een raadsel. Maar keer op keer lukt het ons het feestje dat Leven heet, minder leuk te maken dan het zou moeten zijn. En dat is altijd ten nadele van het leven. En van onszelf.  Waarom doen wij dit onszelf aan? Waarom maken wij het voor onszelf zo moeilijk? Terwijl een leuk leven dat aangenaam en gezellig is, binnen handbereik ligt.  Alle randvoorwaarden zijn er immers. De feesttent. De gasten. De slingers. Of in een andere context: er is een zaterdagmiddag. Een groen grasveld met witte lijnen. Er zijn 22 jonge jongens. Een bal, spelregels en wat vaders die die middag nog wel 90 minuten over hebben. Alles voorhanden zou je zeggen, om er een prachtige feestmiddag in de buitenlucht van te maken. En toch is het niet gelukt. Sla mij maar dood.

Ik ken een moeder...

Ik ken een moeder en die is anders dan andere moeders. Ze staat meer in de belangstelling. Je ziet haar vaker in de bladen. Er wordt meer over haar gesproken en geschreven. En, maar dat is haar harte gegund, ze woont in een paleis van een huis met een living als een balzaal zo ruim. U weet welke moeder ik bedoel. Die moeder waarvan één van haar zonen onlangs door een tragisch ongeval getroffen werd, waardoor - nog meer dan normaal - alle ogen op deze moeder gericht waren. Die moeder, die nog altijd in grote onzekerheid verkeert omdat haar zoon levend noch dood is, gaat aan het eind van de maand haar verjaardag vieren. Groots vieren. En iedereen is uitgenodigd om er bij te zijn. Als moeder loopt zij dan wuivend door een Nederlands dorp, hapt een koek en schiet voor 10 punten een bal door een gat. En met haar aardigste lach neemt ze een tekening aan van een 10-jarig meisje met vlechten. Terwijl zij diep in haar hart weet dat er geen reden tot glimlachen, laat staan tot feesten is. O...