Doorgaan naar hoofdcontent

Waar in een groot dorp klein kan zijn.


Vandaag, 22 november 2012 is officieel de Amaliatunnel in Hilversum in gebruik genomen. Een gat in de grond gelegen aan het Oostereind, kruispunt Soestdijkerstraatweg. Met de ingang aan deze en de uitgang aan gene zijde, zoals dat je dat vaker ziet bij een tunnel. Een langgerekt gat dat teveel miljoen euro heeft gekost, heb ik mij laten vertellen. Dat wat betreft de kosten. 
Nu de baten. De komende weken gaan we zien en beleven wat deze ondergrondse en van Belgisch hardsteen voorziene corridor het dorp Hilversum werkelijk gaat opleveren. Zal het een boost geven aan onze plaatselijke economie? Komen wij hiermee hoog in de ranglijst van Mooiste Tunnel Ooit Gegraven? Zullen we sneller van A naar B komen? Droger zeker, zoveel staat vast.
Of gaan de miljoenen euro's in deze luxueuze afvoerput straks 'down the drain' en staan we bij het eerstvolgende spoorovergangetje 500 meter verderop gewoon weer te wachten zoals we vroeger deden in dit tuindorp? We zullen het zien. 
Het begin, de feestelijke opening, belooft in elk geval niet veel goeds. Het was een openingsfeestje met het allooi van een boerenbruiloft. De Mediastad Hilversum volstrekt onwaardig! Compleet met amateuristische optredens van te oude mannen in rare pakken, speciaal ingehuurde oldtimers die niet vooruit te branden waren, sprekers die liever over zichzelf spraken dan over de tunnel, vuurwerk waarvoor de plaatselijke Chinees zich zou dood schamen en met een burgervader die ergens achteraf (met zijn handen in zijn zakken) in gesprek stond met een buurtgenoot, terwijl de officiële openingsceremonie plaatsvond. Waar in kan een groot dorp klein zijn, vraag je je af. Heerlijk dat we metropole ambities hebben, maar deze broek is - volgens mij - Hilversum een maatje te groot (en zeker te duur).

Reacties

Populaire posts van deze blog

Een hapje en een drankje...

Het is een heerlijke zin: wij nodigen u graag uit voor een hapje en een drankje. Hoe dikwijls heb ik die zin gelezen in uitnodigingen van zakelijke relaties? Hoe vaak schreven vrienden hem met zwierig handschrift in hun uitnodiging als er weer iets te vieren viel? Voor een hapje en een drankje wordt gezorgd. Kan het Hollandser? Kan het afgepaster? Uitgekleder? Minimaler? Een feestje, een receptie, een bijeenkomst met altijd weer dat hapje en dat drankje. Zo netjes. Zo keurig. Zo benepen. Je ziet jezelf al bij binnenkomst twee bonnetjes in de hand gedrukt krijgen. Eén voor een hapje. Eén voor een drankje. Maak er een dolle boel van! Als ik de zin nu weer zo lees in een uitnodiging van een chique automerk, houden mijn ogen even halt en mijmer ik. Zouden de Grieken, die het, laten we eerlijk zijn, momenteel niet makkelijk hebben, dat ook schrijven in hun uitnodigingen naar elkaar. "Kom je naar mijn Souvlaki-Party? Voor een hapje en een drankje wordt gezorgd." Ik denk het ni...

Het leven is een feestje!

Het is waar: het leven is een feestje.  Het enige jammere aan dat feestje is, dat wij mensen altijd weer in staat zijn ons eigen feestje   te verstieren. Hoe wij het flikken? Het is mij een raadsel. Maar keer op keer lukt het ons het feestje dat Leven heet, minder leuk te maken dan het zou moeten zijn. En dat is altijd ten nadele van het leven. En van onszelf.  Waarom doen wij dit onszelf aan? Waarom maken wij het voor onszelf zo moeilijk? Terwijl een leuk leven dat aangenaam en gezellig is, binnen handbereik ligt.  Alle randvoorwaarden zijn er immers. De feesttent. De gasten. De slingers. Of in een andere context: er is een zaterdagmiddag. Een groen grasveld met witte lijnen. Er zijn 22 jonge jongens. Een bal, spelregels en wat vaders die die middag nog wel 90 minuten over hebben. Alles voorhanden zou je zeggen, om er een prachtige feestmiddag in de buitenlucht van te maken. En toch is het niet gelukt. Sla mij maar dood.

Blauw

Het is de bekende openingszin van een verkoper of verkoopster in een kledingzaak: 'Kan ik u helpen of kijkt u even rond'. Mijn antwoord is negen van de tien keer 'nee dank u, ik kijk even rond'. Voor dat rondkijken in de gemiddelde kledingzaak krijg je vervolgens hooguit twee minuten. Want dan staat diezelfde verkoper in je nek te hijgen en meent hij je aan te moeten moedigen met de woorden: 'Ja, dat is een leuke polo hè; nieuwe collectie'. Op zo'n moment zeg ik hem gewoon recht in zijn gezicht: 'Zeg, jij was het toch die mij bij mij binnenkomst vroeg of je mij kon helpen? En wat antwoordde ik toen? Heb ik gezegd dat ik je hulp nodig had? Zie ik er uit als iemand die hulp nodig heeft bij het uitzoeken van een polo? Denk jij dat ik mij op mode-gebied moet laten adviseren door een of ander a-modieus opdondertje die op zaterdag wat geld wil bijverdienen en zelf witte tennissokken onder een zwarte broek draagt? Nou? Opzouten dus mannetje. Achter je toonbank....