Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Rood potlood.

Het was vandaag weer een heerlijke ervaring. Stemoproep in de hand, afgeven aan de commissie van vier achter de tafel, legitimatie erbij, dubbelcheck, goedgekeurd en ja hoor....daar stond ik met mijn maagdelijke stembiljet in een knus stemhokje met alle privacy die een stemmer zich kan wensen. Even met wat spuug de punt van het rode potlood natgemaakt en met vaste hand mijn keuze gemaakt. Stembiljet dichtgevouwen (zo'n soort zelfde klusje als het opvouwen van een ouderwetse wegenkaart) en het stembiljet in de gleuf gedaan. Zo, mijn landsplicht weer gedaan. Maar toen ik terugliep naar huis, bedacht ik mij hoe triest het allemaal was. Hoe schamel. Hoe gedateerd. Uit de tijd. Een stemritueel dat het niveau van stemmen in een ontwikkelingsland als bijvoorbeeld Angola nog niet ontstijgt. Want ook daar gaat het er net zo aan toe. Net zoals trouwens in Botswana. En in Tanzania. Stemmen in het geciviliseerde Nederland gaat anno 2012 nog net zoals stemmen in de binnenlanden van donker...

Managers zijn bang voor creativiteit

Onderzoek toont aan dat veel managers in het bedrijfsleven in tijden van economische crisis minder openstaan voor creativiteit. Onbekend maakt immers onbemind. En dat onbekende lijken we liever ver van ons te houden als het met onze economie  minder goed gaat.  Wel tegenstrijdig vind ik het dat - ook in deze tijd - veel managers van hun externe adviseurs nog altijd 'hoogstaande creativiteit' eisen. Er moet 'flink out-of-the-box gedacht worden', krijg ik regelmatig mee in briefings. Bij die aansporing ben ik op mijn hoede. Want hoewel veel opdrachtgevers mij inhuren voor nieuwe en creatieve ideeën, weet ik dat mijn meest creatieve voorstellen toch het eerst sneuvelen. 'Een ontzettend goed idee, maar we zijn er nog niet aan toe', doen mijn opdrachtgevers het af. Het liefst vlucht ik dan even het theater uit... Creativiteit afwijzen is overigens van alle tijden. In 1913 bracht Igor Stravinsky voor het eerst zijn nieuwe compositie Le Sacre du P...

Personal Shopper.

Ik ontmoette recent iemand die Personal Shopper is. En ze schrijft het met twee hoofdletters op haar visitekaartje. Alsof haar functie iets wezenlijks voorstelt. Wat ze doet? Ze heeft het mij geprobeerd uit te leggen tijdens een receptie waar ik haar ontmoette en een tiental minuten naast haar stond met een glas wit in mijn hand. 'Personal shopper?', vroeg ik met een omhoogdraaiende stem toen we kaartjes uitwisselden. Ze knikte trots. Met een roodgelakte pinknagel krabte ze ostentatief een friemeltje toast, dat er helemaal niet zat, uit haar mondhoek. Ze vertelde mij, dat zij mensen die problemen met shoppen hadden begeleidde en adviseerde. 'Zijn die er dan'? was mijn reactie. Volgens haar plenty. 'Onderzoek wijst uit dat er circa 300.000 consumenten zijn met shopproblemen', zei ze. 'Omdat ze geen geld meer hebben om hun dagelijkse boodschappen te doen?', vroeg ik. Zij antwoordde dat het in dit geval ging om mensen die zeer goed bij kas zaten, maar...

De toerist uithangen.

Blij dat de vakantieperiode weer op zijn einde loopt. Niet dat ik dat beetje extra rust in de buurt niet kan waarderen, maar er zijn zo van die ongemakken waar je tijdens de zomervakantie mee te maken krijgt. Of je wilt of niet. Zo ontving ik de laatste weken de ochtendkrant met grote onregelmatigheid. Dan weer wel, twee, drie dagen niet en vervolgens zelfs twee exemplaren op één dag. En dat terwijl onze krantenbezorger zich altijd als een heel secure bezorger had bewezen. We spraken elkaar regelmatig 's morgens in alle vroegte. Ik in badjas bij de bus, hij steevast in wit T-shirt en zwart-wit gestreepte short. Hij stak dan goed geluimd zijn duim naar mij omhoog en zei in gebrekkig Nederlands dat het 'tof weertje' was. Ook al vallen de mussen dood van het dak of regent het pijpenstelen, in de ogen van Romeo, want zo heet hij, is het altijd 'tof weertje'. Opgewekte vent op wie je kan rekenen als krantenabonnee. Maar de laatste weken liet Romeo vaak verstek gaan. Wa...

Een hapje en een drankje...

Het is een heerlijke zin: wij nodigen u graag uit voor een hapje en een drankje. Hoe dikwijls heb ik die zin gelezen in uitnodigingen van zakelijke relaties? Hoe vaak schreven vrienden hem met zwierig handschrift in hun uitnodiging als er weer iets te vieren viel? Voor een hapje en een drankje wordt gezorgd. Kan het Hollandser? Kan het afgepaster? Uitgekleder? Minimaler? Een feestje, een receptie, een bijeenkomst met altijd weer dat hapje en dat drankje. Zo netjes. Zo keurig. Zo benepen. Je ziet jezelf al bij binnenkomst twee bonnetjes in de hand gedrukt krijgen. Eén voor een hapje. Eén voor een drankje. Maak er een dolle boel van! Als ik de zin nu weer zo lees in een uitnodiging van een chique automerk, houden mijn ogen even halt en mijmer ik. Zouden de Grieken, die het, laten we eerlijk zijn, momenteel niet makkelijk hebben, dat ook schrijven in hun uitnodigingen naar elkaar. "Kom je naar mijn Souvlaki-Party? Voor een hapje en een drankje wordt gezorgd." Ik denk het ni...

We gaan het helemaal anders doen.

Best aardig hoor die Olympische Spelen. Maar ze schotelen je na 26 edities ook wel heel gemakkelijk sporten voor waar je bij sommige sporten je afvraagt wat het nut is. Ook wat betreft het kijkplezier heb ik bij bepaalde sporten zo mijn bedenkingen. Ik heb zelfs mijn bedenkingen of sommige sporten überhaupt wel sporten zijn. BMX fietsen bijvoorbeeld. Is dat niet meer iets voor mijn buurjongetjes op de vrije woensdagmiddag? Hink-Stap-Sprong? Zo weet ik er nog wel een paar. Sluip-Huppel-Val. Of Struikel-Ren-Kruip. Kan in een zandbak, maar mag van mij ook in een modderbad. Snelwandelen. Wat een vertoning. Ga lekker rennen of blijf gewoon thuis in je luie stoel zitten met een boek. Kogelstoten dan. Ook een nutteloze bezigheid, want sport zou ik het niet willen noemen; net zoals discus- en speerwerpen trouwens. Telkens een voorwerp zo ver mogelijk weggooien, terwijl er altijd wel iemand is die het weer bij je terug brengt. Energieverspilling ten top. Hoogspringen. Ook lachwekkend. Zo lan...

100 meter.

Vannacht gedroomd dat ik in de 100 meter finale heren zat. Baan 3. Tussen de heren Blake en Bolt in. Toen de stadionspreker mij voorstelde en de camera mij close in beeld nam, stak ik mijn wijs- en middelvinger in mijn neus, ten teken dat ik dit klusje wel even zou klaren. Net toen we de startblokken voor de start instapten, gooide een mallotige Aziaat vanaf de tribune een leeg flesje mijn kant op. Zulke dingen moet je bij mij niet doen. Ik onderbrak mijn voorbereiding en gaf de man een ferme draai om zijn oren. Pats! De bijval in het stadion was groot. In feite kon ik deze wedstrijd niet meer verliezen. Tenminste... dat dacht ik. Want toen er opeens vier Nederlandse springruiters in oranje jasjes de baan opdraafden met in hun slipstream een bootje uit de Finn-klasse waarin een huilende jongen zat, werd het ook mij even te machtig. Was dit een tafereel van Jeroen Bosch? Nee, dit waren de gekste Spelen ooit! Maar goed, die 100 meter moest nog wel even gelopen worden. Dus wij weer in...